Een aantal klinisch, klinisch neuro- en GZ-psychologen-psychotherapeuten besloot medio 2017 bijeen te komen ter uitwisseling van hun ideeën, wensen en zorgen over de in Nederland gangbare psychodiagnostiek in de patiëntenzorg.

Dit overleg vond plaats in het besef dat er voor psycho-diagnostiek relatief weinig is geregeld om de kwaliteit hiervan te waarborgen in het onderwijs evenals in de zorg. Ook is er tot op heden geen ontmoetingsplatform voor deskundigen op dit gebied. Deze bijeenkomst resulteerde in de oprichting van het Landelijk Beraad Psychodiagnostiek om overdracht van kennis, bewaking van de kwaliteit en zorgvuldige toepassing van de psychodiagnostiek in de zorg (verder) te bevorderen.

Wat verstaan we onder psychodiagnostisch onderzoek?
Psychodiagnostiek omvat het onderzoek naar psychische (dis)functies, gedragsproblemen en veerkracht door middel van een psychologisch onderzoek naar verschillende psychologische functiedomeinen bij een patiënt met psychische klachten en symptomen waarbij behalve van het klinisch oordeel eveneens gebruik wordt gemaakt van gestandaardiseerde en empirisch onderbouwde klinisch relevante meetinstrumenten, methoden en technieken (Berghuis, 2018).

Met behulp van een multimethodische opzet ontstaat aldus een integratief beeld. Deze oordeelsvorming ontstaat en ontwikkelt zich in de interactie tussen patiënt en clinicus (Witteman, van der Heijden & Claes, 2014; Hendriks, Kessels, Gorissen et al., 2014; Berghuis, Franken & van der Heijden, submitted).

Psychodiagnostiek is meer dan alleen het afnemen en scoren van tests. Het plaatst de uitkomsten van het onderzoek in een breder perspectief (Van Heycoop ten Ham, Hulsbergen, & Bohlmeijer, 2014; Kotov et al., 2017) waarbij met behulp van theorieën over psychisch (dis)functioneren hypotheses worden gegeneerd over kwetsbaarheid en adaptieve mogelijkheden van de patiënt (Bornstein, 2015; 2017).

Beschrijvende diagnoses en classificaties op basis van enkel de DSM zijn niet altijd voldoende om behandelindicaties te stellen (Ingenhoven, Berghuis, Colijn & Van, 2018; Ralston en Swinkels, 2015). Bij complexe vraagstellingen zou een op symptoomgerichte classificatie volgens de DSM-systematiek een ongewenste versimpeling inhouden van de werkelijkheid. (Insel, 2014; Van Heule et al., 2019). Het alternatief is een persoonsgerichte casus formulering met -naast symptomen- aandacht voor het mentale functioneren, evenals existentiële, biologische, cognitieve, sociale en culturele factoren (Van Heule et al., 2019; Van Os, 2017).

Doordat psychische krachten en kwetsbaarheden in het directe onderzoeks- en behandelcontact met patiënten veelal niet direct waarneembaar zijn, wordt de onderkenning ervan in de dagelijkse praktijk vaak (ernstig) bemoeilijkt. Deze verhulde psychische krachten en kwetsbaarheden zijn evenwel goed vast te stellen mits de professional zijn diagnostisch proces wetenschappelijk fundeert en hij gestructureerd en (multi)methodisch werkt (Bram & Peebles, 2014). De uitkomsten van een psychodiagnostisch proces leiden tot aanknopingspunten voor behandeling en behandelindicaties (Eurelings-Bontekoe et al., 2009).